Voor de Nederlands-Indische gemeenschap

Drie minuten met de Japanse Keizer

‘Wij behoren tot generaties die zich moeten verhouden tot een geschiedenis van vóór onze geboorte. Die geschiedenis kunnen wij niet veranderen’

Klinisch psycholoog en psychotherapeut Inez Schelfhout kreeg afgelopen zomer een persoonlijke uitnodiging voor een besloten ontmoeting met keizer Naruhito en keizerin Masako. Inez is het kleinkind van twee grootouders die de Japanse bezetting en de interneringskampen in Nederlands-Indië hebben overleefd. Ze vertelt wat deze ontmoeting met haar deed.

Het is een gewone werkdag bij ARQ Centrum ’45. Na een intensieve psychotherapiesessie neem ik afscheid van een Indische patiënt en besef opnieuw hoe de Japanse bezetting nog altijd doorwerkt in naoorlogse generaties.

Na het maken van mijn aantekeningen open ik mijn mail: Invitation to an Audience with His Majesty the Emperor of Japan. Ik lees de woorden minstens zes keer voordat ze tot me doordringen. De Japanse ambassade nodigt mij uit voor een besloten ontmoeting met keizer Naruhito en keizerin Masako, op 19 juni in Hotel Okura in Amsterdam. In een kleine delegatie van tien Nederlandse genodigden krijg ik drie minuten spreektijd. Er gaat van alles door me heen. Ze hebben vast de verkeerde persoon. Wanneer de eerste verwarring zakt, wordt het plotseling toch helder. In een flits komen mijn familiegeschiedenis, het werk van mijn grootvader en mijn huidige werk samen. Mijn grootouders, Govert en Miets Huyser, hadden als kinderen de Japanse bezetting en de interneringskampen in Nederlands-Indië overleefd. Mijn grootmoeder verloor beide ouders. Mijn grootvader werd als twaalfjarige jongen van zijn moeder gescheiden; zij overleed in een ander kamp. Na de oorlog bouwden beiden een nieuw bestaan op in Nederland en probeerden hun kinderen – mijn moeder en haar broers – zo min mogelijk met hun pijn te belasten.

Jaren later, in 2000, kregen mijn grootouders de gelegenheid de ouders van de huidige keizer te ontmoeten. Het keizerlijk paar wilde luisteren naar de verhalen van oorlogsslachtoffers. Dat lag destijds gevoelig binnen de Indische gemeenschap. Met goede reden. De ontmoeting vond daarom grotendeels buiten de publieke aandacht plaats.Wat mij later over die ontmoeting werd verteld, raakte me diep. De keizer en keizerin bogen voor mijn grootouders. Onvoorstelbaar: twee voormalige kampkinderen, die tijdens de bezetting diep hadden moeten buigen in de richting van de Japanse keizer, zagen nu een volgende generatie van de keizerlijke familie voor hén buigen. Was dat verzoening? Was het helend? Ik weet het niet. Dat konden alleen mijn grootouders bepalen. Ze hebben er niet veel over gedeeld. Maar het maakte grote indruk op mij.Later las ik in teksten van mijn grootvader wat hij onder verzoening verstond. Het betekende voor hem niet dat hij moest vergeten wat hem was aangedaan. Het betekende dat hij de dialoog weer durfde aan te gaan. Dat hij verbinding kon voelen met mensen uit volgende generaties die zelf niet schuldig waren aan wat er was gebeurd. Hij wilde voorkomen dat de haat uiteindelijk hemzelf en zijn familie zou beheersen. Ik vermoed dat mijn grootouders er daarom voor kozen het verzoenende gebaar vanuit Japan te ontvangen en te onderzoeken. Niet omdat daarmee alles was opgelost, maar om zelf weer enige regie te ervaren over hun verhouding tot het verleden. Mijn grootvader noemde het een bevrijding van de eigen geest. Tegelijkertijd benadrukte hij dat beide standpunten – het wel of niet ingaan op verzoenende gebaren – beide het volste respect verdienden.Dat uitgangspunt is voor mij nog altijd leidend. Vergeving en verzoening kunnen geen opdracht zijn. Ook in mijn psychotherapieën zoek ik niet naar wat iemand zou moeten voelen, maar naar diens eigen verhaal, pijn en behoeften. Ieders perspectief doet ertoe.Langzaam begin ik te begrijpen waarom deze uitnodiging misschien toch bij mij terecht is gekomen. En enkele weken later sta ik ineens oog in oog met de keizer en keizerin. Terwijl ik daar sta, voel ik mijn familie en de Indische gemeenschap achter mij. Niet omdat ik namens iedereen kan spreken; daarvoor lopen de ervaringen en gevoelens te veel uiteen. Wel draag ik de verhalen van velen met mij mee.