Indah* kopen
Featured

IN HET NIEUWE NUMMER: ‘Na die eerste reis naar Indonesië heeft mijn vader voor ons verzwegen wat hij daar had ontdekt’

Dirk, de vader van Sanne Biesheuvel (55) werkte als hospik tijdens de politionele acties in Indië. Gedesillusioneerd kwam hij terug, maar de liefde voor Indonesië is altijd gebleven. Na zijn dood las Sanne zijn dagboeken en stuitte op een groot geheim dat hij zijn leven lang verborgen heeft gehouden.
“Ik had een geweldige jeugd. Ik was dan wel een belanda maar ik ben als een Indo opgegroeid. Mijn vader had een enorme liefde voor Indonesië overgehouden aan die drie jaar dat hij daar als militair had gezeten. Telkens als over ‘zijn’ Indonesië begon te vertellen was hij niet meer te stoppen. Alles ademde Indonesië in ons huis. Het stikte van de beelden en de wajangpoppen in onze woonkamer. In een hoek stond een kast die ik zijn relikwieënkastje noemde. Daar zat van alles in wat hij uit Indonesië had meegenomen. Een speelgoedbetjak, van een frisdrankblik gemaakt, een kapoknoot met de kapok er nog in, een dingetje om batik mee te maken. Er werd krontjongmuziek gedraaid, mijn vader rookte kretek, droeg batikshirts en sprak vloeiend Maleis, waar hij vreselijk trots op was.
Elk jaar gingen we naar de pasar malam in Den Haag en geregeld aten we Indisch, want dat had mijn moeder zichzelf aangeleerd. En altijd had hij het over de prachtige natuur daar, de mooie wandelingen die hij daar maakte, de vriendelijke mensen, de aapjes die in de bomen rondslingerden, het heerlijke eten, de geuren van de kruiden op de pasar. We keken altijd naar tante Lien, hadden daar ook lp’s van. Eigenlijk dus alleen maar de leuke en mooie dingen van het land. Dat hij daar ook vreselijke dingen moet mee hebben gemaakt, daar hebben we het nooit over gehad.
Mijn vader overleed in 1991, ik was toen 22. Mijn vader was van 1926 en werd op latere leeftijd pas vader. Ik heb verder ook geen broertjes of zusjes. Wat hij mij vertelde over zijn tijd daar was heel oppervlakkig. Als kind dacht ik dat hij een verpleger was in een ziekenhuis die zieke mensen weer beter maakte. Daar was ik heel blij om want ik was anti-oorlog, anti-geweld. Pas later besefte ik dat het daar een oorlog was en dat hij daar vreselijke dingen moet hebben meegemaakt. Het was niet het spalken van gebroken armen, maar het oplappen van strijdmakkers die soms halfdood werden teruggebracht.

LEES VERDER IN DE juni – juli-EDITIE VAN INDAH*

Ook interessant

Back to top button